Ikea 01-09-2026 : Pas de remarques

Adverteerder / Annonceur: IKEA

Product-Dienst / Produit-Service: Meubilair

Media / Média: Affiche

Beschrijving van de reclame / Description de la publicité

Een affiche toont een moeder en een kind die een boek aan het lezen zijn voor het slapen gaan, met de tekst: “NÖDMAST. Ledlamp. € 14,99. € 0,0000018 per er was eens”.

De andere affiche toont een kind dat in de zetel springt, met de tekst: “Nieuwe verlaagde prijs. KIVIK. 3-zitsbank. Grijsturkoois. € 499. Vorige prijs : € 649. € 0,0000063 per vreugdesprong”.

Klacht(en) / Plainte(s)

De klaagster deelt mee dat de aangegeven kosten per gebruik € 0,0000018 bedragen. Wat de prijs van de lamp betreft, komt dit neer op 8.327.777 keer een verhaaltje voor het slapengaan. Als we uitgaan van één verhaaltje per avond, moet de lamp dan 22.815 jaar worden gebruikt. Volgens haar is dit een misleidende advertentie.

In de andere advertentie wordt een kostprijs per gebruik van € 0,0000063 genoemd. € 499 gedeeld door dit bedrag is 79206349. Zelfs als ze 100 keer per uur zou springen, zou ze 90 jaar lang non-stop moeten springen zonder te slapen. De kostprijs per gebruik is overdreven, dus voor haar is dit onverantwoordelijke marketing.

Beslissing Jury in eerste aanleg: Geen opmerkingen
Décision Jury de première instance: Pas de remarques

De Jury voor Ethische Praktijken inzake reclame (JEP) in eerste aanleg heeft de volgende beslissing genomen in dit dossier.

De Jury stelt vast dat de affiches respectievelijk een moeder en een kind tonen die een boek lezen, met de prijs van het gepromote product en de vermelding “€ 0,0000018 per er was eens”, en een kind dat in de zetel springt, met de prijs van het gepromote product en de tekst “€ 0,0000063 per vreugdesprong”.

Zij neemt vervolgens kennis van de klacht die, na een berekening, stelt dat 8.327.777 keer een verhaaltje en 79206349 keer springen overdreven zijn en dat de reclames derhalve misleidend zijn.

Naar aanleiding van het antwoord van de adverteerder, neemt de Jury er nota van dat de campagne “Price per moment” op een bewuste en zichtbare overdrijving berust. Elke uitvoering toont een reëel product met zijn werkelijke, correcte verkoopprijs, naast een tweede, bewust absurd bedrag dat niet uitdrukt wat het product kost, maar wel het moment dat het mogelijk maakt.

De Jury is van mening dat de verschillende elementen van de reclame duidelijk betrekking hebben op de emotionele waarde van bepaalde momenten en dat de bedragen, die met zoveel cijfers na de komma duidelijk overdreven zijn, niet bedoeld zijn om deze in een prijs uit te drukken. Zij is dus van mening dat de gemiddelde consument de kostprijs per gebruik niet als een letterlijke bewering zal opvatten, en ook niet als een garantie voor een lange levensduur van het product.

De Jury is derhalve van oordeel dat de betrokken affiches niet van aard zijn om de consument te misleiden op deze punten.

Bij gebreke aan inbreuken op wettelijke of zelfdisciplinaire bepalingen, heeft de Jury derhalve gemeend geen opmerkingen te moeten formuleren.

Gelieve er nota van te nemen dat deze beslissing pas definitief wordt na het verstrijken van de termijn voor het instellen van hoger beroep.